Januari t/m maart 2007
Op 13 januari halen we de laatste spanten met de hulp van de vrijwilligers van Bos 't Ename en een prachtig Bretons trekpaard uit het bos . Het paard maakt drie tochten en als het voor de laatste keer de slee uit het bos trekt loopt het zweet tappelings van zijn flanken naar beneden en hangt er een wasem van damp om het beest . We zijn allemaal moe , maar de sfeer is uitgelaten . We hebben alles bij elkaar!Nu we alle spanten bij mekaar hebben begint alles bijzonder vlug te gaan . We hebben de ervaring nu, disselen en klaarmaken van de spanten duurt maar een derde van de tijd meer . Dank zij het voorbereidende werk staat het roefje op amper een week tijd recht . Maar de tijd gaat ook bijzonder snel, de deadline nadert .
26 januari: Ilja en Matthias halen samen met een paar mensen de lariks die voor de mast moet dienen uit het bos van Beloeil . Het is een zware dobber, maar hij is lang genoeg om er nog een reservemast uit te halen . Wat we ook zullen doen . Het eerste stuk wordt ontschorst en gekantrecht, het tweede stuk zal in de beek gelegd worden om het te uit te wateren, zodat het stabieler blijft .
29 januari wordt alweer een belangrijke dag: De mensen van D'n Bruinen komen ons helpen de boot op te krikken zodat we aan het kalefaatwerk kunnen beginnen . De legertent die al tien maanden de baarmoeder van ons bootje is wordt weggehaald . Voor het eerst kunnen we het resultaat van ons werk in de openlucht zien . We staan zelf verrast . De boot ziet er zo heel anders uit, nu . Stevig en toch rank, de verhoudingen zien er goed uit, ze is mooi!!! Paul heeft zijn Peapod bootje voor de gelegenheid meegebracht en we kunnen onze boot nu ook eens van de waterkant bekijken . Onder de leiding van Cees Droste en met twee grote ouwe vrachtwagenkriks brengen we de boot vrij snel op hoogte . Anderhalf uur na het begin ligt ze op een constructie van vier enorme eiken rondhouten en twee balken, en hebben we alles opgeschoord . We kunnen veilig werken . Tijdens het opkrikken heeft de schuit geen kik gegeven . Cees heeft ook het breeuwtouw en nog enkele breeuwijzers mee voor ons, en demonstreert nog hoe je het beste kunt kalfaten . Zijn commentaar als hij de onderkant van de schuit bekijkt is: "jullie hebben haar te goed gemaakt, je zult de naden moeten openkappen om te breeuwen " . En zo blijkt het ook tijdens de volgende dagen .
Het kalfaten neemt zo'n twee weken in beslag, en ondertussen maken we nog het opboeisel (de buitenste, hogere kant van het potdeksel ) en brengen het op zijn plaats . We werken de achtersteven af, leggen een vloer in het roefje, schaven we de mast, maken een gat in de mastbank en de mastspant, een spie om de mast vast te zetten ...
Na het kalfaten moeten we nog met een kleine 9000 kalfaatnagels de voegen tussen de vlakgangen dichtnagelen, maar dat gaat vlugger dan verwacht .
Ondertussen loopt ons contract ten einde, maar Claude Demarez vraagt of we nog een paar weken extra willen blijven; er moet nog een hellend vlak komen om haar te water te kunnen laten . Wat dacht je? Natuurlijk willen we!
Sinds de boot in de openlucht ligt hebben wind en regen vrij spel gehad, en er gebeurt iets opmerkelijks en moois: de bakboord zijkant die vooral in juni en juli door de hitte enigszins hol was komen te staan komt terug recht, beginnende barsten sluiten zich weer, voegen die open waren gekomen gaan weer dicht . Dit geeft goede hoop, maar hebben we nu een schuit gemaakt of wordt het een duikboot? De spanning stijgt ...
De hardhouten balken voor de helling komen net op tijd aan . We moeten de schuit wèl een stuk dichter tegen de waterkant brengen, dus laten we haar zakken op de rondhouten waarop ze gebouwd is, en rollen het gevaarte dat zo'n viereneenhalve ton weegt met zes man naar de kant . Eerst schommelen en dan duwen is de bootschap . Het gaat allemaal vrij vlot, maar op een moment slaat mijn hart een slag over; ik kijk naar de uiteinden en zie dat de hele boot scheluw staat: linkervoorkant en rechterachterkant staan een heelstuk omhoog . De verschillende dikte van rondhouten en de oneffen ondergrond zijn de boosdoeners . Maar ze rolt verder en zie: alles komt weer recht, en dat zonder dat iemand ook maar iets heeft horen kraken! Ze is niet alleen sterk, maar ook nog verdomd soepel, op het kritieke moment stond ze zeker 20 cm scheluw . Dan brengen we haar weer op hoogte, zodat we de helling er onder door kunnen bouwen .
Op die dag, 8 maart, beslissen we dat de schuit de volgende donderdag hoe dan ook in het water gaat . We werken in die laatste week de helling en alle details af . We maken gaten en boeistukken, zodat we haar kunnen aanmeren, maken snel nog een schep om te hozen, een loopplank en een paar gaffels, geven haar nog een laatste lik lijnolie, lopen alles na en hopen dat alles goed zal gaan .
15 maart . Het is prachtig weer, een uitzonderlijk zachte en heldere dag . Iedereen die betrokken geweest is bij het project en zich kon vrijmaken komt langs .
Wij zijn te druk bezig om zenuwachtig te worden; we leggen de touwen en banden rond de boot, halen zaagsel om eventuele lekken te kunnen dichten, leggen blokken klaar, smeren de helling in met bruine zeep, zetten de kriks klaar ...
Kort na de middag komt het landbouwvoertuig dat voor tegengewicht moet zorgen het terrein opgereden . We leggen de spanbanden vast, en halen de wiggen heel voorzichtig weg, vijf centimeter lager, telkens weer . Na een uur rust de schuit met zijn bodem op de helling . We halen de spanbanden weg, en ze blijft liggen .
heel rustig . Met een tiental mensen geven we haar op afspraak een laatste fikse duw en daar schuift de schuit vlotjes de helling af het water in . Voor we het beseffen komt de schuit alweer recht . De deining loopt uit tot halfweg de vijver, en daar drijft onze schuit, deint rustig mee met de laatste golven . Als we aan boord gaan vinden we een paar kleine lekken, niets dat niet snel verholpen kan worden . We kunnen het natuurlijk niet laten om een proefvaartje te maken, en duwen haar af met de gaffels . Eens op gang geboomd glijdt de schuit rustig door, en daar komt de eerste ontdekking al: ik sta achteraan om te sturen, en de dubbele "hoorns" van het achterspiegeltje dat we in de geest van de Meern maakten zijn perfect om de gaffel tegenaan te zetten en te draaien: de schuit stuurt met het gemak van een winkelkarretje!
De rest van de namiddag beleven we als in een roes; Succes is zoet ( ook al is het goed mogelijk dat de cervoise er ook voor iets tussen zat ...)
Op 16 maart had de schuit zo'n zes centimeter water binnen, wat eigenlijk een succes is voor een dergelijke constructie. We weten dat het hout in de komende weken water zal opnemen en dat de voegen zullen dichtzwellen . Eén lek werd van binnenuit dichtgebreeuwd, een mogelijk ander wordt opgevolgd en zal indien nodig gebreeuwd worden op het moment dat de boot terug zal opgetakeld worden voor de officiële tewaterlating . Die dag hebben we de mast nog rechtgezet en onze werkspullen opgeruimd . Toen we klaar waren was ik verbaasd hoe weinig je uiteindelijk nodig hebt om een boot te maken: mijn bestelwagentje was nauwelijks halfvol geladen ...
