Wednesday, February 28, 2007

Augustus tot december 2006

Augustus
We nemen de draad terug op in de laatste week van augustus. In Aubechies heb je dan traditioneel de dagen van de experimentele archeologie. Dit jaar organiseerde de Archeosite een colloqium over de scheepsbouw in de Oudheid. Deelnemers komen uit Zwitserland (het team van Altaripa), Nederland (Tom Hazenberg), Tsjechië, Frankrijk, België. Na een wat aarzelende start en een aantal hoogst interessante lezingen komen de tongen los en krijgen we een levendige discussie rond de boot.

Elk heeft zijn eigen verhaal en ervaringen en deelt die vrijuit met de anderen. Van de Zwitserse collega's krijgen we naast een hoop gouden tips ook nog breeuwtouw (wat een aroma) en breeuwijzers cadeau. Bedankt lui! We leren dat de Altaripa lekt op de plaatsen waar de spijkers door spant en vlakgang heen gaan en omgeslagen werden, en dat de spanten en knieën barsten op dezelfde plekken als bij het origineel. Dingen om in het oog te houden. Over de aard van het breeuwsel hebben we een discussie met Tom Hazenberg, maar een sluitend (!?!) antwoord hebben we nog niet wegens gebrek aan evidentie bij de Pommeroeul. Er is breeuwsel gebruikt, maar wat?

Een heel spannend verhaal is de vondst van graanresten op een van de" Woerden" boten, waartussen onkruidzaden aangetroffen werden die typisch zijn voor de streek waar we nu aan de reconstructie van de Pommeroeul bezig zijn. Een link tussen Hier en de Limes? Wie weet...

September en oktober
In september en oktober passen we de spanten aan aan de kimmen en de vlakgangen van de boot en beginnen we de spanten van het midden uit vast te leggen en te nagelen. Het grootste probleem is het tegen elkaar spannen van de "shell" zonder die te laten omklikken. Eerst proberen we met touw en een tourniquetsysteem, waarbij we bovenaan tussen de zijkanten balken steken om scheeftrekken te voorkomen. Dat lukt wel, maar geeft niet altijd het gewenste resultaat. Teveel spanning deugt niet, de constructie moet gewoon goed sluiten, en als je dit systeem gebruikt trek je de boot wel dicht aan een kant, maar kunnen de voegen op andere plaatsen open komen. Tijdens een bezoekje van Cees Droste en nog enkele mensen van het D’n Bruinenproject (Rupelmonde) komt de volgende oplossing naar boven: werken met een kaderwerk van balken om de boot heen en opwiggen waar nodig. Dit werkt perfect!

Cees heeft nog meer schitterend nieuws voor ons: niet alleen heeft hij breeuwtouw voor ons opgeduikeld, maar hij wil ons graag komen helpen met het kalfaten als het zover is. En alsof dat nog niet genoeg is, vindt hij ons werk goed. Echt wel een hart onder de riem van een man met zoveel ervaring als Cees. Ons zelfvertrouwen groeit...

Ook vlakgangen die in de afgelopen tijd ietwat teruggekeerd zijn kunnen we met kaders en spieën (weliswaar in combinatie met opnieuw branden) op hun plaats dwingen. Het aanpassen en disselen van de spanten gaat steeds vlotter, maar we zien onze voorraad spanten en spijkers schrikwekkend snel slinken.... De smeden kunnen niet volgen en nieuws over de tweede lading hout voor spanten laat op zich wachten.

12 oktober is een donkere dag voor ons allemaal. Na een vol leven en een slopende ziekte stopt het grote hart van Leonce Demarez met kloppen. Leonce heeft de Archeosite met eigen handen uit het niets opgebouwd, hij lag mee aan de basis van de opgravingen in Blicquy en Pommeroeul. Met zijn enthousiasme en drive trok hij honderden mensen binnen in de wondere wereld van experimentele archeologie en levende geschiedenis. Leonce, onze druïde, we missen je. Wees gerust, Leonce, we werken de Schuit af, om jou te eren. Leonce wordt de maandag daarop ten grave gedragen op een manier een groot stamhoofd waardig.

In de derde week van oktober leggen we de laatste beschikbare spanten in de boot. Het wordt stilaan een probleem, dat tekort aan spanten, en we hebben nog steeds geen nieuws uit Luxemburg. Dus kijken we wat we verder nog allemaal kunnen doen. We maken de gangboorden klaar voor naast de kajuit, we maken de mastbank, we maken de stijlen en beplanking voor de kajuit klaar, we maken, plooien en zetten het middelste stuk van het potdeksel vast. Vooral dat laatste werkje verstevigt de constructie enorm. Als je nu in de boot staat en iemand tikt op de andere kant voel je de trilling door je schoenzolen heen. Ineens wordt de romp van de schuit een enorme klankkast. Dit is een goed teken…

November
Nog steeds geen nieuws over de spanten. Het spijkerprobleem raakt opgelost als de smeden, die enkel in de weekends kunnen werken, toch maar besluiten om met de valhamer te gaan werken. Niet echt historisch verantwoord, maar wat moet je met een beperkt budget en weinig tijd? De productie van de spijkers stijgt meteen van 25 naar 120 stuks per weekend. We maken ondertussen de binnenkanten van de potdeksels klaar en monteren ze met bouten, zodat ze zich kunnen plooien naar de lijn van de schuit, en we ze terug kunnen losmaken om de ontbrekende spanten in de romp te leggen. Als we die maar kunnen krijgen....

In afwachting beginnen we maar met het roer. Na opzoekwerk besluiten we dit te maken in de vorm van een roer dat naar boven gekomen is bij de opgravingen in Zwammerdam, maar dan in verhouding tot de lengte van onze reconstructie. Het blijft nog steeds een enorm stuk met een lengte van zo'n vier meter, en met valse pennen en deuvels in elkaar gezet. Hoe het bevestigd en gebruikt moet worden is nog maar de vraag. En alweer komt er hulp uit onverwachte hoek: Roos van Oosten van HazenbergArcheologie stuurt een mailtje over een colloqium in Lelystad eind november dat “Zin en onzin van de reconstructiebouw van historische schepen" zal behandelen. We praten erover met ons kleine groepje en besluiten er heen te gaan. Ook Paul wil mee. Een paar dagen later krijg ik (alweer!) van hem een gouden tip: "Ga eens op de site van de RACM naar de Meern I kijken. 't is de moeite waard." O wauw! Hoe hebben we dat kunnen missen? De Meern I is het grote oudere broertje van de Pommeroeul. Als ik de foto's zie stijgt de opwinding met de minuut. Er zijn zoveel gelijkenissen dat de schepen bij Woerden en Zwammerdam ineens maar verre neven meer lijken. De opbouw van de romp is zo gelijkend, de stuikverbindingen en de vlakgangen, de ingekapte zigzaglijnen dwars over de vlakgangen om die beter te kunnen doen buigen, ze lijken bijna door dezelfde handen gemaakt. Alsof dat niet genoeg is heeft de Meern ook nog een roefje, net als de Pommeroeul er een moet gehad hebben. De gangboorden lijken ook heel erg op elkaar, en als kers op de taart is de Meern nog compleet aan beide uiteinden.


Het colloqium en het aansluitende bezoek aan de Meern zij toppers. De lezingen en de daaropvolgende discussies zijn op zich zeer verrijkend en scherpen de geest aan. Dat sommige deelnemers af en toe een beetje provocerend uit de hoek komen, en de hele praatcultuur is voor ons Belgen nieuw en verfrissend. Wat niet wegneemt dat we een grijns niet kunnen onderdrukken als een van de sprekers de stelling poneert dat 1 op 1 reconstructies enkel een dure hobby voor techneuten zouden zijn en dit staaft met verwijzingen naar de werkomstandigheden zoals die op de werven in Nederland zijn. Een dure hobby? Toch even een bedenking en een vergelijkingetje: Reconstructie van de Pommeroeul enerzijds en het Meernproject anderzijds: twee best vergelijkbare boten (ongeveer daterend uit dezelfde periode, van vergelijkbaar type en grootte, de Meern is net iets langer dan de Pommeroeul), bij de reconstructie wordt er bij allebei de concessie gedaan om moderne middelen (kettingzaag,...) te gebruiken. Alleen werken ze daar bij Utrecht met zo'n 15 man, in een loods met alles erop en eraan, met een tijdslimiet van twee jaar, terwijl wij het met amper drie man in een ouwe legertent op één jaar moeten klaren. In die context kan ik de spreker in kwestie toch ergens gelijk geven, maar eigenlijk hoor je het hele plaatje te bekijken en niet alleen de waarde voor historici maar ook de maatschappelijke relevantie zien. Uit ervaring weet ik dat mensen met een laag zelfbeeld en krassen op hun ziel een boost van zelfvertrouwen krijgen als ze aan dergelijke projecten kunnen deelnemen. Het kan hun hele visie op zichzelf en de maatschappij diepgaand veranderen en hen een nieuwe start bezorgen. Dikwijls betekent het dat ze na dergelijk project actief worden op de arbeidsmarkt. Hun interesseveld wordt aanzienlijk breder en hun enthousiasme om creatief en opbouwend bezig te zijn werkt aanstekelijk. Ik weet het, het is een neveneffect, maar wel degelijk betekenisvol. Nog afgezien daarvan kun je aan de hand van simulaties en schaalmodellen wel een algemeen beeld krijgen, maar dat is nog heel wat anders dan de unieke ervaringen die je krijgt door "the real thing" te maken en te varen... Ga je alleen voor de droge stof, of ga je de hele weg? Veel geluk, collega's botenbouwers! Ga vooral door!
Tijdens het symposium kregen we nog een extra rondleiding bij de NISA (RACM), waar we de Meern 1 van heel dichtbij en met Frank Dallmeyer's deskundige uitleg van heel dichtbij konden bekijken . Dit is echt heel bijzonder! De foto's waren al bijzonder, maar de Meern zelf kunnen zien is voor ons uniek. Zoveel vergelijkingspunten hou je niet voor mogelijk. Als we niet beter wisten (dendrochronologische datering geeft zo'n vijftig jaar verschil) zou je kunnen veronderstellen dat ze van dezelfde werf kwamen....Bedankt voor jullie waardevolle hulp, Gerbrand Moeies, Frank Dallmeyer, Jaap Morel!!

December

December komt en we krijgen nieuws van de spanten. Het kapseizoen is erg laat begonnen en Georges vertelt ons dat we de bomen ten vroegste in januari kunnen krijgen. Dit is veel te laat, de schuit moet eind februari klaar zijn en zonder alle spanten erin kunnen we niet breeuwen. We moeten dus een andere oplossing zoeken. Na heel wat telefoneren vinden we de mensen van "Bos 't Ename" bereid ons te helpen. Ename bij Oudenaarde heeft een verleden dat minstens teruggaat tot de tiende eeuw, en het Bos 't Ename werd al sinds die tijd geëxploiteerd door de monniken van de plaatselijke abdij. Leuk om weten is ook dat ook toen op deze plaats bomen werden gekapt voor boten- en molenbouw. Bos 't Ename wordt nu beheerd door vzw Natuurpunt, met hulp van lokale vrijwilligers. We zijn heel blij met hun hulp, en gaan met Pieter, de boswachter geschikte exemplaren gaan zoeken. Het kappen nemen we voor eigen rekening, zij helpen ons met het uitslepen, vanaf de bosrand in elk geval. Helaas heeft hun paardenmenner een kwetsuur opgelopen en daardoor buiten strijd.
Enamebos ligt er bijzonder nat en drassig bij. Gewoon stappen is al erg zwaar in de zompige klei, laat staan stammen uit het bos halen. Daarom besluiten we de spanten ter plekke te kantrechten om zo het gewicht te beperken. Het werk is erg zwaar, maar de oogst is groot. We hebben de veertien laatste spanten plus nog een aantal kniestukken en kunnen de boot binnenin eindelijk afwerken en hem klaarmaken voor het kalfaten. Nog zeven weken te gaan. Het zal lastig worden, maar we hebben vertrouwen....

0 Comments:

Post a Comment

<< Home