Monday, July 24, 2006

Spanten

In de laatste week van juli begonnen we met het maken van de spanten. Deze stukken zullen samen met het potdeksel en de op de site gesmede nagels voor de stevigheid van de hele structuur moeten zorgen. De L-vormige spanten, gemaakt uit halve stammen eik met haakse zijtak, worden voorgezaagd, onderaan vlakgeschaafd en daarna gedisseld. Nu, begin september, hebben we zo'n 20 spanten klaar.

De eerste spanten krijgen vorm.



een barst

Zo stop je een barst in een plank.

Monday, July 17, 2006

mei, juni en juli: Stomen of planken plooien?

STOMEN!? Of toch maar niet stomen?
Experimenteren maar! Aan het einde van de eerste week van mei waren we klaar om aan een volgende uitdaging te beginnen: het plooien van de bodemplanken. Nu had ik enige ervaring in het buigen van hout met stoom, maar niet op dergelijke schaal ( planken van 7 cm dik op een breedte van zo'n 50cm en 10 meter lang); onze enige documentatie op dat moment was het verslag van de collega's van het Altaripa project. Voor zover we begrepen hadden zij hun bodemplanken geplooid door een vuur te stoken onder de plank, en aan de bovenkant druk uit te oefenen door middel van touwen die over de lengte van de plank gespannen werden met een steunbalk op het plooipunt en een tourniquet - systeem. Bij het transport hadden we opgemerkt dat de versgezaagde planken behoorlijk zwaar doorbogen, en daarom leek het een goed idee om naar een manier te zoeken om deze beide gegevens optimaal te benutten.Bij de proefopstelling die we maakten werd de plank in de boot gelegd, van bovenuit verzwaard met gewichten en opgespannen, en onderaan verwarmd met een vuur. Alles ging goed tot een paar centimeter van de juiste plooiing, en toen stopte het hele proces. De plank had blijkbaar de maximale spanning bereikt. Wat nu? Op de Chaland van Pommeroeul waren zigzaginkepingen (aangebracht met een platte beitel) haaks op de lengterichting van sommige bodemplanken te zien en een van de hypotheses was dat die gemaakt waren om het plooien eenvoudiger te maken op plaatsen waar het hout meer weerstand biedt. Zouden we dat proberen? We hebben het gedaan. Op minder dan één centimeter van de ideale plooiïng begon de plank aan de onderkant te barsten, net op de plaats waar we aan de bovenkant de inkepingen gemaakt hadden.

Wat nu? Deze techniek werkte niet. Nog afgezien van de hinderlijke rook, het vuur dat zeer moeilijk te controleren was, en de oncontroleerbare spanningen in het hout, was het wel erg onwaarschijnlijk dat de bouwers van de oude platbodems een zo ingewikkelde techniek gebruikten. Mijn leermeester in hout, Gilbert Desmedt, had een "dicton": een goede stielman is in wezen een luie mens. Waar hij mee bedoelde dat een artisan het minimum aan inspanning gaat leveren om een maximum aan resultaat te bereiken. Is het niet erg waarschijnlijk dat onze voorgangers op de zelfde manier dachten en handelden? Waar wij elke handeling opnieuw moeten uitvinden hadden zij een kennis van generatie op generatie. Het was duidelijk dat we een andere weg moesten bewandelen.

Planken plooien
Op dat cruciale moment kwam Paul Vermaut met het voorstel het hout te plooien op de manier waarop hij het op zijn beurt van zijn mentor, de scheepsbouwer Cees Droste, geleerd had. In dit concept wordt de bodemplank aan de binnenkant gestookt, de buitenkant wordt bedekt met een natte deken en het buigpunt wordt door de opstelling van twee schragen bepaald. Eventueel scheluw trekken van de plank wordt gecompenseerd door het bevestigen van een dwarsplank met een gewicht om dit te compenseren, terwijl de buiging alleen bepaald wordt door gewicht en tegengewicht op beide uiteinden. Deze opstelling werkte goed en precies, met een mal konden we de buiging perfect controleren, en het vuur stoken was ook stuurbaar. Er was alleen constant een Waker nodig die de onderkant (de binnenkant) van de plank regelmatig moest natmaken met een handborstel op een lange steel en het vuur in het oog hield en wat doe je dan tijdens de middagpauze? Barbecue natuurlijk!

Het plooien van een plank naar mal over een lengte van 320 cm duurde naargelang het hout (kwartiers, halfkwartiers, dosse, al dan niet met kwasten in de plank )tussen 6 uur en vier dagen. Alle planken moesten ingepast worden in de bodem, en dat betekende zagen, herzagen en nog eens zagen tussen beide samen te voegen delen in tot beide delen sluiten Om kort te gaan waren alle bodemplanken eind juli geplooid en aangepast. Het werk gebeurde soms bij buitentemperaturen tot 35° C in de schaduw, maar we gaven niet op. Soms startten we voor dag en dauw om de middaghitte voor te zijn.


Foto's
Om het hout te laten krommen wordt het gestoomd. Op de foto links wordt geprobeerd om dezelfde methode het hout te plooien die ook gebruikt bij het nabouwen van een platbodem in Neuchatel. Het probleem is echter dat het hout hier op meerdere plekken over een lengte van 3 meter geplooid moet worden. De methode werkt hier echter niet. Er wordt daarom overgegaan op een andere methode. Op de foto links is te zien dat Ilja de plank nu ook onderin vochtig houdt. Er moet op deze manier 8 planken geplooid worden. Elk stuk duurt drie dagen en daarna duurt het nog twee dagen om de planken in te steken.




eind maart: De platbodem krijgt vorm

De eindstukken zijn in grove vorm gemaakt. De stuikverbindingen, die tussen de zijkanten en eindstukken van boeg en achtersteven zitten zijn gevormd. Alle stukken worden gedisseld om de grove zaagsneden te verwijderen en de poriën van het hout te sluiten. Een van de grootste bekommernissen bij het bouwen van een boot uit groen hout is het voorkomen van droogscheuren en barsten, daarom worden alle stukken in de eerste fase regelmatig natgegoten en in tweede instantie ingestreken met lijnzaadolie.

De zijkanten staan nu rechtop. Stukken van boeg en achtersteven zijn aan elkaar bevestigd, de zoglijn is uitgewerkt en een van de twee sluitbalken is gemaakt en gemonteerd. De lijnen van de boot zijn nu duidelijk zichtbaar, en binnenkort kunnen we aan de bodembeplanking beginnen.

Foto links: de zijkant van de platbodem. De L-vorm is nu duidelijk zichtbaar.

Foto rechts: Jeroen en Leonce Demarez zijn de vloeiing van de zoglijn aan het discussiëren. Ze maken een schets van het profiel.


begin april: De zijkanten zagen

We beginnen met de lange zijkanten in te zagen in de tien en een halve meter lange stukken. De zijkanten zal een L-vorm krijgen. Met moderne middelen zoals kettingzaag en aanverwante, maken we de zijkanten vrij. Drie delen worden per zijkant uitgezaagd zodat de L-vorm ontstaat. Een voordeel van deze werkwijze is dat enorme planken (2x3 stuks van 10m x 45cm x7cm) gerecupereerd worden. Bij het oude systeem dat men toegepast heeft bij het maken van de replica van de schuit van Neuchâtel werd dit volume hout helemaal weggehak.



Foto's v.l.n.r.: Uit deze balken worden de zijkanten gezaagd; de eerste zaagsnede; de eerste pland is vrijgezaagd en om nu te zorgen dat het gewicht van de balk voorkomt dat de zaag vast komt te zitten, zijn er spies tussen geplaatst. Op de laatste foto is de zijkant af (de L-vorm is goed te zien). Sil is het aan het bijkappen en de binnenhoek aan het opronden.




maart: Voorbereidingen op de werf

We zetten een takelconstructie op om straks de zware stukken te kunnen verleggen. De werkbalken worden gemaakt en de eerste zaaglijnen af worden afgetekend.

Foto's van l.n.r.: Sil staat op een ladder en werkt aan de driepoot. Met behulp van deze takelconstructie kunnen de zware balken straks makkelijk verplaats worden; op de volgende foto is de driepoot in het geheel te zien, hiernaast staat de werkbalk.




maart: Het prille begin

Op woensdag 1 maart 2006 wordt de werf opgestart. De boot zal onder een tent gebouwd worden (zie foto links). Hiervoor is de grond geëgaliseerd en is er zand opgelegd. Samen met Ilja en Sil en met hulp van het personeel van de archeosite hebben we een werkvloer aangelegd en de legertent opgezet (met dank aan ABL).
Op de foto rechts zijn de rondhouten zichtbaar. Hier kan de boot straks opgelegd worden.


De constructie van de platbodemschuit in theorie

De constructie is in wezen steeds dezelfde en heel eenvoudig als volgt te beschrijven: maak een boomstamkano, splijt die overlangs en verleng de zijkanten. Verbreed het geheel met bodemplanken en verstevig met L-vormige spanten. Maak een potdeksel op de zijkanten en verbind met de spanten. Breeuw de boot en laat haar te water ...

Maar nu nog in de praktijk!

Het juiste hout gevonden!

Een van de grote uitdagingen tijdens de aanloop van het project was het vinden van het hout. Er waren twee soorten hout nodig voor de spanten en voor de overige delen van de boot. De spanten moeten uit een massief stuk hout gemaakt worden. Waar vind je zoiets? We vonden op het domein van Lombise in Henegouwen enkele prachtige eiken, stammen van 12 meter met een gemiddelde diameter van 90 cm. Normaal zou ervan deze eiken fineer worden gemaakt, maar dit keer was het mogelijk om ze een heel andere bestemming te geven. Het hout was op nog 20 km van de werf verwijderd. Het hout kon echter niet in de buurt gezaagd worden. De dichtsbijzijnde houtzagerij die de planken over de gehele lengte kon zagen, zat 120 km verderop in Vlaanderen. Ze hebben dus wel even een omweg gemaakt voordat ze op de werf waren.
Het hout voor de spanten vonden we in in het groothertogdom Luxemburg.
Georges d'Orazio, de boswachter leverde een onschatbare bijdrage met zijn hulp bij het vinden en leveren van dit hout.



Het hout wordt afgeleverd op de werf.

Het vakteam

Het vakteam bestaat uit v.l.n.r.: Jeroen Grillaert, Sil Ceuppens en Ilja Sachem.




Achtergrond van de platbodemschuit

De platbodemschuit wordt nagebouwd naar het model van de Chaland van Pommeroeul. Deze Chaland wordt gedateerd op het einde van de 2e eeuw A.D. en is na jaren conservatiewerk te bezichtigen in het kleine maar mooie museum "espace Gallo-Romaine" in Ath. (www.ath.be/espace-gallo-romain.html). Het concept van dit type vaartuig is geworteld in een veel oudere traditie van botenbouw in West Europa die via archeologisch onderzoek gedocumenteerd is tot in de Vroege Bronstijd. Resten van dergelijke vrachtvaartuigen werden teruggevonden in België, Engeland, Nederland, Duitsland, Frankrijk en Zwitserland.

Een kleine selectie van de literatuur:
A. Mees/B. Pferdehirt 2002: Römerzeitliche schiffsfunde in der datenbank “Navis I”, Mainz (Verlag des Römisch-Germanischen Zentralmuseums; Kataloge Vor- und Frühgeschichtlicher Altertümer, Band 29), 36-39.
M.D. de Weerd, 1988: Schepen voor Zwammerdam. Bouwwijze en herkomst van enkele vaartuigen in West- en Middeneuropa uit de Romeinse tijd en de Middeleeuwen in archeologisch perspectief, z.p., 253-259.

Met dank aan

Dit project kan enkel gerealiseerd worden met de hulp en inzet van velen. Hierbij wil ik in het bijzonder de volgende personen in het zonnetje zetten:

Leonce Demarez, die met ijzeren volharding aan zijn droom bouwt en onschatbare adviezen geeft.
Claudye Demarez, Evelyne Gillet en Claudine, die de bijzonder ondankbare maar broodnodige taak van het voorbereidend werk, de zoektocht naar de middelen, de administratieve rompslomp en dergelijke op zich genomen hebben.
Alfred Terfve, die ons met raad en daad en zijn encyclopedische kennis over het onderwerp bijstaat en oplosingen aanbrengt.
Ilja Sachem en Sil Ceuppens, mijn twee kompanen op de werkvloer, het beste team dat ik me kon dromen.
Paul Vermaut, die vrijwillig en met plezier zijn ervaringen in de botenbouw met ons deelt en regelmatig een hand komt toesteken.
Claudye Demarez en Bernard le Clercq, de smeden, die voor al het ijzerwerk zorgen.
Matthias de Burgrave die deze zomer als vrijwilliger hard meehelpt.
En tenslotte de vele bezoekers die ons een hart onder de riem komen steken.

Uiteraard worden onze sponsors niet vergeten:









Hoe het avontuur van de bouw van de platbodem begon. Jeroen Grillaert vertelt

Het begon zo'n twee jaar terug. Ik werkte op dat moment aan het houtsnijwerk voor de Gentse Barge, een 18de-eeuwse schuit, toen Leonce Demarez (stichter en ziel van de archeosite van Aubechies) me op een middag langs zijn neus weg vroeg of ik interesse had om een gallo-romeinse platbodemschuit na te bouwen. Als houtgek pur sang en gebeten door de experimentele archeologiemicrobe zette die vraag me aan het dromen ...









Op de foto rechts: de werf op de Archeosite van Aubechies; op de foto links Jeroen Grillaert aan het werk.

Op dit moment is de droom van dat moment realiteit aan het worden. Na ettelijke vergaderingen, discussies en bergen papierwerk (dankjewel Evelyne en Claude) konden we op 1 maart 2006 met een beperkt team en een minimum aan middelen aan de slag. Doel: het bouwen van een platbodemschuit naar het model van de Chaland van Pommeroeul, die medio jaren '70 van vorige eeuw door Leonce Demarez opgegraven werd aan de oevers van de Haine.